Deze pagina beschrijft wat een tuin bij De Oude Beek inhoudt. De tekst geeft praktische hoofdlijnen en vervangt de formele bepalingen in de statuten en reglementen niet.
Een eigen tuin binnen een groter geheel
Een tuin bij De Oude Beek is een eigen plek, maar geen op zichzelf staand perceel. Iedere tuin maakt deel uit van hetzelfde complex. De inrichting en het onderhoud van één tuin kunnen daardoor gevolgen hebben voor naastgelegen tuinen, paden, hagen, watergangen en de uitstraling van het geheel.
Duidelijke afspraken beperken het tuinplezier niet. Zij vormen het gemeenschappelijke kader waarbinnen verschillende manieren van tuinieren naast elkaar mogelijk blijven.
Ruimte voor verschillende tuinstijlen
Bij De Oude Beek is ruimte voor verschillende manieren van tuinieren. Sommige leden richten zich vooral op groenten, kruiden en fruit. Andere kiezen voor bloemen, vaste planten, struiken of een meer natuurlijke en ecologische inrichting. Ook combinaties zijn mogelijk.
De vereniging schrijft geen uniforme tuinstijl voor. Wel moet zichtbaar zijn dat een tuin bewust wordt gebruikt en met regelmaat wordt verzorgd. Een natuurlijke tuin kan doelbewust en verzorgd zijn ingericht; veel begroeiing is op zichzelf geen bewijs van ecologisch tuinieren. Ook bij een natuurlijke inrichting blijven beheersbaarheid, bereikbaarheid en het voorkomen van hinder van belang.
Gebruik en onderhoud
Een tuin is bedoeld voor actief hobbytuinieren. Dat betekent dat zij daadwerkelijk wordt gebruikt voor het kweken, verzorgen of ontwikkelen van planten en gewassen. Een tuin die langdurig grotendeels ongebruikt blijft, dichtgroeit of vooral als opslagplaats wordt gebruikt, past niet bij dat uitgangspunt.
Van ieder lid wordt verwacht dat de tuin:
- met regelmaat wordt bezocht en verzorgd;
- herkenbaar voor tuinieren wordt gebruikt;
- overzichtelijk, bereikbaar en beheersbaar blijft;
- geen gevaar of ernstige hinder veroorzaakt;
- geen bron wordt van ongewenste verspreiding naar andere tuinen of gemeenschappelijke delen;
- wordt onderhouden overeenkomstig de geldende afspraken.
Onderhoud betekent niet dat een tuin voortdurend strak of kaal moet zijn. Het gaat erom dat zichtbaar is dat de tuin bewust wordt gebruikt en verzorgd. Ook tijdens vakantie, ziekte of andere tijdelijke afwezigheid blijft het lid verantwoordelijk voor de tuin. Wanneer onderhoud tijdelijk niet mogelijk is, wordt tijdig contact opgenomen met de vereniging.
Paden en hagen langs de tuin
Leden houden het pad langs hun tuin vrij van overhangende begroeiing, tuinafval, gereedschap en andere obstakels. Werkzaamheden die tijdelijk ruimte op een pad vragen, worden zo uitgevoerd dat de doorgang zo veel mogelijk beschikbaar blijft en materialen snel worden verwijderd.
Veel tuinen zijn van elkaar gescheiden door beukenhagen. Deze hagen vormen een herkenbaar onderdeel van het tuincomplex en vragen voldoende ruimte en goede groeicondities om zich gezond te kunnen ontwikkelen.
Leden zijn verantwoordelijk voor de omstandigheden rond de haag langs hun tuin. De grond onder de haag wordt vrijgehouden van onkruid. Schuurtjes, kassen, bakken, tuinbanken, gaas voor klimplanten en andere materialen worden op minimaal 50 centimeter afstand van de haag gehouden. Zo blijft er voldoende ruimte voor groei en onderhoud.
Het snoeien van de beukenhagen gebeurt door de onderhoudscommissie of door leden onder regie van de onderhoudscommissie. Hagen tussen de tuinen worden daarbij op een hoogte van 1 meter gehouden. Nieuwe beukenhaagjes worden in het jaar van aanplant niet gesnoeid.
In het voorjaar kan de haag worden bemest met een beperkte hoeveelheid koemestkorrels.
Afval, compost en opslag
Tuinafval wordt op de eigen tuin verwerkt of op een door de vereniging aangewezen wijze afgevoerd. Het wordt niet op paden, gemeenschappelijke delen, tegen hagen, in watergangen of buiten het complex achtergelaten.
Composteren op de eigen tuin is mogelijk wanneer dit ordelijk en beheersbaar gebeurt. Een composthoop of compostbak blijft binnen de tuin, veroorzaakt geen structurele geurhinder en trekt niet onnodig ongedierte aan. Gekookt voedsel, vlees, vis, vet en vergelijkbare resten horen niet op een gewone tuincomposthoop.
Beperkte opslag van gereedschap en tuinmaterialen is mogelijk voor zover dit bij normaal tuinieren hoort. De tuin wordt niet als algemene opslagplaats gebruikt. Afval, kapotte voorwerpen en materialen zonder duidelijk tuinbouwkundig doel worden verwijderd.
Water, bodem en gewasbescherming
Water wordt doelmatig gebruikt. Waar mogelijk kan regenwater worden opgevangen en gericht bij de planten worden ingezet. Afval, grond, meststoffen en andere stoffen worden uit watergangen en van oevers gehouden.
Een gezonde bodem vormt de basis van de tuin. Compost, organisch materiaal, bodembedekking en passende teeltwisseling kunnen bijdragen aan bodemverbetering. Grond, mest en bodemverbeteraars worden alleen gebruikt wanneer de herkomst en samenstelling voldoende duidelijk zijn.
Bij ziekten, plagen en ongewenste begroeiing wordt terughoudend omgegaan met chemische middelen. Alleen wettelijk toegestane middelen worden volgens de gebruiksvoorschriften toegepast. Waar mogelijk hebben niet-chemische methoden de voorkeur.
Rekening houden met elkaar
Tuinieren op een gezamenlijk complex vraagt om wederzijds respect. Leden houden rekening met rust, rook, geluid, geur, overhangende of woekerende beplanting, schaduw, het gebruik van gemeenschappelijke paden en de directe omgeving.
Bezoekers vallen onder de verantwoordelijkheid van het lid dat hen meeneemt of ontvangt. Meningsverschillen worden bij voorkeur eerst rustig en rechtstreeks besproken. Wanneer dat niet mogelijk is of niet tot een oplossing leidt, kan het bestuur worden benaderd.
Toezicht en herstel
De vereniging ziet erop toe dat tuinen en gemeenschappelijke delen overeenkomstig de geldende afspraken worden gebruikt en onderhouden. Daarvoor kunnen periodieke schouwen en tussentijdse controles worden uitgevoerd.
Een schouw schrijft geen uniforme tuinstijl voor. Beoordeeld wordt of een tuin daadwerkelijk wordt gebruikt, voldoende wordt onderhouden en geen onaanvaardbare hinder of risico veroorzaakt. Wanneer herstel nodig is, wordt zo duidelijk mogelijk aangegeven wat moet worden aangepast en binnen welke termijn.
Veiligheid en voorzieningen
Gereedschappen, machines en materialen worden gebruikt volgens hun bestemming en op een manier die geen onnodig risico oplevert. Paden en ingangen blijven bereikbaar. Gevaarlijke situaties, beschadigingen en incidenten worden zo snel mogelijk gemeld.
Op het complex zijn niet zonder meer algemene voorzieningen zoals elektriciteit, sanitair, een verenigingsgebouw of een AED beschikbaar. Leden en bezoekers houden daar bij hun verblijf rekening mee. Bij een ernstig ongeval of een acute medische situatie wordt direct 112 gebeld.